gezondheid >

In 1835 wonen er meer dan 1200 kinderen in het Eerste Gesticht. Daarvan gaan er in dat jaar 67 dood. Ze sterven aan een darmziekte, tuberculose of longontsteking.

Er zijn dus veel zieke kinderen in Veenhuizen. Kinderen zijn vaak al verzwakt en ziek voor ze naar de kolonie komen. Als ze een besmettelijke ziekte hebben, krijgen andere kinderen die ook. Verder zijn er kinderen die ziek worden door het drinken van vervuild water of het eten van bedorven voedsel. En in de winter is het soms zo koud op de zalen dat er tenen bevriezen. Als het niet goed door een dokter behandeld wordt, kun je aan bevriezingen overlijden.

De directeur van het gesticht doet zijn best om alle weeskinderen zo gezond mogelijk op te laten groeien. Frisse lucht en goed eten, dat is belangrijk vindt hij. Het Eerste krijgt een paar melkkoeien, zodat de wezen één keer per dag pap van melk met boekweit kunnen eten. Het water laat hij eerst filteren en koken voor de kinderen het te drinken krijgen. In de winter mag de kachel blijven branden en worden alle voeten van zwakke kinderen voor het slapengaan goed ingepakt. Zo hoopt de directeur op minder sterfgevallen onder de wezen.

Gelukkig is Catootje gezond en sterk. Ze komt alleen in de ziekenzaal bij de achterpoort om zieke vriendinnen te bezoeken

  

2.2
omgeving2
2.3