1
2
3

in de rechtszaal

Kleding in de rechtszaal

Rechters, officieren van justitie, griffiers en advocaten dragen in de rechtszaal allemaal een lang, zwart gewaad met een wit slabbetje. Het gewaad noemen we ‘toga’, de slab heet ‘bef’.

Doordat iedereen dezelfde kleding draagt, laten advocaten en rechters zien dat niemand beter of slechter is dan de ander. Als ze bijvoorbeeld bepaalde merkkleding zouden mogen dragen of een sieraad waaraan je kunt zien wat voor geloof ze hebben, zou er iemand bevoordeeld of juist gediscrimineerd kunnen worden.

De zwarte kleur laat zien dat ze niet ijdel zijn en wit is de kleur van onpartijdigheid.

Soms beslist de rechter dat niemand een toga aan hoeft tijdens een rechtszaak. Bijvoorbeeld wanneer er kinderen ondervraagd worden. Zij zouden bang kunnen worden of in de war raken van de gewaden. Wanneer ze niet in de rechtszaal zijn, dragen de rechters en advocaten gewone burgerkleding.

 

Het verloop van een rechtszaak

Een rechtszaak bestaat uit 8 stappen

  1. Opening: de rechter controleert de persoonsgegevens van de verdachte.
  2. Aanklacht: de officier van justitie leest de aanklacht voor.
  3. Onderzoek: getuigen worden gehoord.
  4. Verhoor: de verdachte wordt verhoord en hij/zij legt een verklaring af.
  5. Requisitoir: de officier van justitie probeert aan te tonen dat de verdachte schuldig is en hij stelt een eis. Pleidooi: de advocaat verdedigt zijn cliënt (de verdachte).
  6. Laatste woord: de verdachte mag nog iets zeggen (bijvoorbeeld dat het hem spijt).
  7. Vonnis: de uitspraak van de rechter. Dit kan zijn:
    1. a.Schuldig, met rechtsvervolging (= schuldig met straf)
    2. b.Schuldig, zonder rechtsvervolging (= schuldig zonder straf)
    3. Onschuldig, met vrijspraak.